Romijnse Put
Grevenbicht, Nederland
Aan de Greune Paol in Grevenbicht werd door de heer H. Cövers in 1922 tijdens de bouw van een woonhuis deze Romeinse putrand gevonden. De putrand van Nievelsteiner zandsteen en met een doorsnee van 2.10 meter was zó bijzonder dat hij nog in hetzelfde jaar werd overgebracht naar het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Gezien de grootte van de putrand behoorde de waterput in die tijd mogelijk tot het openbare "straatmeubilair" in de nederzetting Obbicht-Grevenbicht. In deze Romeinse kolonie werden veel Romeinse gouden munten en oude beelden gevonden, alsmede een grindbedding van een Romeinse verbindingsweg met de nabij gelegen heerbaan. Was een waterput vroeger allereerst een plaats waar water werd gehaald, ze was daardoor ook een plek waar de dagelijkse dorpsnieuwtjes werden uitgewisseld. Ook in die tijd zal er wel heel wat zijn geroddeld bij de waterput.